Elke installateur die aan koel-, airco- of warmtepompinstallaties werkt, kent het logboek: het mapje bij de installatie, of de losse bladen in de bus. De F-gassenverordening (EU) 2024/573 geldt sinds 11 maart 2024 en verving de verordening uit 2014. De basis van het logboek is hetzelfde gebleven, maar er is genoeg veranderd om je werkwijze na te lopen: lekcontroles gelden nu ook voor HFO-koudemiddelen, er zijn nieuwe uitzonderingen, de hercontrole na een reparatie heeft een minimumtermijn gekregen, de certificering is vernieuwd en er komen verboden op nieuwe apparatuur bij. Dit artikel zet op een rij wat de verordening vraagt, en apart wat wij als werkwijze aanraden.
Voor welke installaties een logboek verplicht is
Het logboek (in de verordening: het register) is verplicht voor apparatuur die periodiek op lekken moet worden gecontroleerd: onder meer stationaire koelinstallaties, airco's en warmtepompen boven een bepaalde vulling. Voor HFK's en mengsels daarvan (bijlage I van de verordening) hangt dat af van de hoeveelheid in CO2-equivalent: de vulling in kilogram maal het aardopwarmingsvermogen (GWP) van het koudemiddel.
| Koudemiddel | GWP (verordening) | 1 kg is | Logboek en lekcontrole vanaf |
|---|---|---|---|
| R-32 | 675 | 0,675 ton CO2-eq | 7,4 kg |
| R-134a | 1.430 | 1,43 ton CO2-eq | 3,5 kg |
| R-410A | 2.088 | 2,09 ton CO2-eq | 2,4 kg |
| R-404A | 3.922 | 3,92 ton CO2-eq | 1,3 kg |
De grens ligt bij 5 ton CO2-equivalent. Een airco met 2 kg R-32 (1,35 ton) valt er dus buiten; een warmtepomp met 4 kg R-410A (8,4 ton) erbinnen. Daarnaast kent de verordening (artikel 5) een paar uitzonderingen en een tweede soort grens:
- Hermetisch gesloten apparatuur die als zodanig is geëtiketteerd, hoeft onder 10 ton CO2-equivalent niet op lekken te worden gecontroleerd.
- In woongebouwen geldt voor hermetisch gesloten, geëtiketteerde apparatuur een aparte grens: met minder dan 3 kg F-gassen is lekcontrole niet nodig.
- HFO-koudemiddelen zoals R-1234yf en R-1234ze staan in een aparte bijlage (bijlage II, deel 1). Daarvoor ligt de grens niet in ton CO2-equivalent maar in kilo's: lekcontrole vanaf 1 kg, en hermetisch gesloten, geëtiketteerde apparatuur is vrijgesteld onder 2 kg.
Werk je met mengsels van HFK's en HFO's, zoals R-454B of R-513A, vraag dan bij je certificerende instelling of brancheorganisatie na welke grens voor die installatie geldt.
Hoe vaak je een lekcontrole doet
| HFK's (bijlage I) | HFO's (bijlage II, deel 1) | Zonder lekdetectiesysteem | Met lekdetectiesysteem |
|---|---|---|---|
| 5 tot 50 ton CO2-eq | 1 tot 10 kg | Elke 12 maanden | Elke 24 maanden |
| 50 tot 500 ton CO2-eq | 10 tot 100 kg | Elke 6 maanden | Elke 12 maanden |
| 500 ton CO2-eq of meer | 100 kg of meer | Elke 3 maanden | Elke 6 maanden; een lekdetectiesysteem is hier verplicht |
Wordt een lek gerepareerd, dan controleert een gecertificeerde monteur of de reparatie heeft gewerkt: op zijn vroegst na 24 uur bedrijfstijd en uiterlijk een maand na de reparatie (artikel 4). Die hercontrole hoort ook in het logboek.
Wat er per installatie in het logboek staat
De verordening legt het register bij de exploitant (de eigenaar of gebruiker van de installatie); in de praktijk vult de installateur het en bewaren jullie allebei een exemplaar. Per installatie staat erin (artikel 7):
- Type en hoeveelheid koudemiddel in de installatie, met de hoeveelheid die bij de installatie is toegevoegd apart.
- Elke hoeveelheid die is bijgevuld bij onderhoud, service of na een lek, met de datum.
- De hoeveelheid die is teruggewonnen.
- Bij bijvullen: of het koudemiddel gerecycled of geregenereerd is, met naam en adres van het recycling- of regeneratiebedrijf en, waar van toepassing, het certificaatnummer.
- Wie het werk deed: het bedrijf, met zijn certificaatnummer, en de monteur die het werk uitvoerde.
- Data en resultaten van lekcontroles, en van reparaties van lekken.
- Bij buitenbedrijfstelling: hoe het koudemiddel is teruggewonnen en afgevoerd.
De verordening schrijft niet voor hoe je een fout in het logboek corrigeert. Maar een logboek is pas goed bewijs als je kunt zien wat er is veranderd. Ons advies: haal niets weg, maar corrigeer met een nieuwe regel die naar de oude verwijst. Digitaal betekent dat: wijzigingen blijven zichtbaar, met wie en wanneer.
Certificering: wie mag wat
Werken aan deze installaties mag alleen door een gecertificeerde monteur (persoonscertificaat volgens BRL 200) bij een gecertificeerd bedrijf (bedrijfscertificaat volgens BRL 100). Beide regelingen zijn vernieuwd om aan te sluiten op de nieuwe verordening:
- BRL 200 versie 2.0 (personen): sinds 29 maart 2026 worden examens volgens de nieuwe versie afgenomen en worden alleen nog de nieuwe certificaten (A1, A2, B, C, D en E) uitgegeven. Voor de examens voor ammoniak en CO2 geldt een aangepaste overgangstermijn.
- BRL 100 versie 3.0 (bedrijven): nieuwe aanvragen na 31 augustus 2026 worden beoordeeld volgens versie 3.0, en sinds 1 september 2026 worden geen certificaten volgens versie 2.0 meer afgegeven. Bestaande certificaten volgens versie 2.0 blijven geldig tot uiterlijk 31 augustus 2028.
- Natuurlijke koudemiddelen: de nieuwe versies gaan ook over werk met natuurlijke koudemiddelen zoals propaan, CO2 en ammoniak. Werk je daarmee, kijk dan welke certificaten en overgangsregels voor jou gelden.
Houd per monteur het certificaat bij, met categorie en geldigheidsdatum, zodat je niet pas bij een controle ontdekt dat er een verlopen is. En leg bij elke handeling in het logboek vast wie het werk deed.
Bewaartermijn
Het register bewaar je minimaal vijf jaar: de exploitant de gegevens zelf, en het bedrijf dat het werk deed een kopie (artikel 7). Vijf jaar bladen in een ordner is te doen; vijf jaar weten welke monteur welke installatie wanneer heeft bijgevuld, is zonder systeem een gok. Daarom hoort het logboek bij de installatie in je administratie, niet bij de werkbon van die dag.
Verboden die je nu al raken
De verordening verbiedt stap voor stap het in de handel brengen van nieuwe apparatuur met F-gassen (bijlage IV). Bestaande installaties mag je blijven gebruiken en onderhouden. Voor woning- en kantoorinstallaties zijn dit de belangrijkste data:
| Vanaf | Niet meer nieuw in de handel |
|---|---|
| 1 januari 2025 | Afzonderlijke splitsystemen met minder dan 3 kg F-gassen en een GWP van 750 of meer. R-410A (GWP 2.088) valt daaronder; R-32 (GWP 675) niet. |
| 1 januari 2027 | Lucht-water-splitsystemen en monoblokapparatuur (airco's en warmtepompen) tot en met 12 kW met F-gassen met een GWP van 150 of meer. Daarmee vallen ook R-32-modellen in die klassen af. |
| 1 januari 2029 | Lucht-lucht-splitsystemen tot en met 12 kW met een GWP van 150 of meer, en splitsystemen boven 12 kW met een GWP van 750 of meer. |
| 1 januari 2032 | Monoblokapparatuur tot en met 12 kW met F-gassen, ongeacht de GWP. |
| 1 januari 2035 | Splitsystemen tot en met 12 kW met F-gassen, ongeacht de GWP. |
Voor de meeste van deze verboden bestaat een uitzondering als veiligheidseisen op de locatie een koudemiddel met een lagere GWP onmogelijk maken. Voor bijvullen van bestaande installaties met koudemiddelen met een hoog GWP gelden aparte beperkingen; informeer bij je groothandel welke koudemiddelen nog leverbaar en toegestaan zijn voor onderhoud.
Reken bij een offerte voor vervanging of nieuwbouw dus niet alleen met de prijs van het apparaat, maar ook met de koudemiddelkeuze en de toekomstige beschikbaarheid ervan voor onderhoud.
Veelgestelde vragen
Moet ik een logboek bijhouden voor een warmtepomp bij een particulier?
Dat hangt af van het koudemiddel, de hoeveelheid en het type apparaat. Een niet-hermetische warmtepomp met 2,5 kg R-410A zit op 5,2 ton CO2-equivalent en valt eronder; een model met 1,5 kg R-32 (1,0 ton) niet. Is het apparaat hermetisch gesloten en als zodanig geëtiketteerd, dan ligt de grens bij 10 ton, en in een woongebouw is zulke apparatuur met minder dan 3 kg F-gassen vrijgesteld. Bij een HFO zoals R-1234ze ligt de grens bij 1 kg, of 2 kg voor hermetisch gesloten apparatuur.
Wie is verantwoordelijk als het logboek niet klopt?
De exploitant (de eigenaar of gebruiker) is wettelijk verantwoordelijk voor het register en de lekcontroles. In de praktijk wordt de installateur aangesproken als het onderhoudscontract bij hem ligt. Spreek in het servicecontract af wie wat bijhoudt, en lever de klant na elk bezoek een bijgewerkt exemplaar.
Telt een jaarlijkse onderhoudsbeurt als lekcontrole?
Alleen als er bij die beurt een lekcontrole is uitgevoerd en vastgelegd, door een gecertificeerde monteur. "Gecontroleerd, geen bijzonderheden" op een werkbon is zwak bewijs; leg de datum, het resultaat en wie de controle deed vast.
Bronnen
- Verordening (EU) 2024/573 betreffende gefluoreerde broeikasgassen: artikel 4 (hercontrole na reparatie), artikel 5 (lekcontroles), artikel 6 (lekdetectiesystemen), artikel 7 (register en bewaartermijn), bijlage I en II (GWP-waarden) en bijlage IV (verboden).
- Eisen aan ondernemingen (installatiebedrijven), Informatiepunt Leefomgeving: BRL 100 versie 3.0, BRL 200 versie 2.0 en de overgangsregelingen.
Dit artikel beschrijft de hoofdlijnen (stand oktober 2026). Voor jouw certificaten en installaties gelden de officiële teksten en de overgangsregels van je certificerende instelling.
Zo doe je het in Summeo
In Summeo hoort het koudemiddelenlogboek bij de installatie: elke bijvulling, aftap, lekcontrole en reparatie legt de monteur vast vanaf de servicebon, en een handeling aan het koudemiddel kan alleen op naam van een monteur met een F-gassencertificaat. Summeo rekent het CO2-equivalent uit, plant de volgende lekcontrole en de hercontrole na een reparatie, en maakt een jaaroverzicht als PDF voor de klant en de controleur. Een foute regel haal je door met een reden; hij blijft zichtbaar in het logboek.
