Je hebt de uren geteld, het materiaal opgezocht en de onderaannemer gebeld. Dan staat er een bedrag: de directe kosten van de klus. Wie dat bedrag met een gevoelsmatige "plus twintig procent" naar de klant stuurt, weet aan het eind van het jaar niet waarom er niets overblijft. De opslagen zijn de plek waar je bedrijf zijn geld verdient, dus die verdienen een eigen berekening.
Waar de opslagen voor zijn
Een calculatie bestaat uit twee lagen. Onderin staan de directe kosten: arbeid, materiaal, materieel en onderaanneming die je rechtstreeks aan deze klus kunt toewijzen. Daarbovenop komen de opslagen, die de kosten dekken die je niet aan één klus kunt hangen, plus wat je wilt overhouden.
| Opslag | Wat het dekt | Gebruikelijke grondslag |
|---|---|---|
| Algemene kosten (AK) | Kantoor, administratie, verzekeringen, auto's, telefoon, software, kantoorpersoneel en de uren die je zelf aan offertes en acquisitie besteedt | Percentage over de directe kosten |
| Winst | Wat je wilt overhouden om te investeren, een buffer op te bouwen en jezelf te belonen voor het ondernemen | Percentage over directe kosten plus AK |
| Risico | De klussen die tegenvallen: een dag regen, een leverancier die te laat is, een maat die toch anders was | Percentage, vaak samen met winst als "W&R" |
| Bouwplaatskosten | Keet, container, steiger, bouwstroom, uitvoerder: kosten van het project zelf die niet in een post passen | Liever als eigen hoofdstuk dan als percentage |
Bouwplaatskosten horen strikt genomen niet bij de opslagen. Ze staan hier omdat veel kleine aannemers ze wél als percentage opnemen, en dat gaat mis bij een klus met een grote steiger of een lange looptijd. Reken ze uit per project.
Je eigen AK-percentage uitrekenen
Het AK-percentage is geen branchegemiddelde maar een eigenschap van jouw bedrijf. Je rekent het zo uit:
- Tel alle kosten van het afgelopen jaar op die niet aan een klus zijn toegewezen: huur of hypotheek van de loods, kantoor, administratie, boekhouder, verzekeringen, auto's, telefoon en software, reclame, het loon van kantoorpersoneel en de uren die je zelf aan offertes, inkoop en acquisitie besteedt.
- Tel de directe kosten van alle klussen van dat jaar op: de arbeidskosten van productieve uren, materiaal, materieel en onderaanneming.
- Deel het eerste door het tweede.
Stel: je algemene kosten waren € 96.000 en je directe kosten € 800.000. Dan is je AK-percentage 12%. Elke euro directe kosten moet dus € 0,12 bijdragen aan het draaiend houden van het bedrijf.
Ziekte, verlof, feestdagen en scholing van je vakmensen kun je op twee plekken meenemen: in je kostprijs per uur (je deelt de loonkosten door de productieve uren, zie de tip hieronder) of in je AK. Kies er één, anders reken je ze dubbel. In dit artikel en in Nacalculatie in vijf stappen zitten ze in het uurtarief.
Reken productieve uren eerlijk. Een voltijder is er na vakantie en feestdagen zo'n 1.750 uur per jaar, maar na ziekte, scholing, overleg en het laden van de bus blijft er in de praktijk vaak 1.450 tot 1.550 uur over voor klussen. Dat is een indicatie: het hangt af van je cao, je verzuim en je manier van werken, dus reken het na met je eigen urenregistratie. Deel je de loonkosten door te veel uren, dan is je uurtarief te laag en lijkt je calculatie te kloppen terwijl hij dat niet doet.
Opslag is niet hetzelfde als marge
Hier gaat het vaak fout in gesprekken met de boekhouder. Een opslag reken je over de kostprijs; een marge is het deel van de verkoopprijs dat overblijft.
- Kostprijs € 10.000, opslag 20% geeft een verkoopprijs van € 12.000. De marge is € 2.000 op € 12.000, dus 16,7%.
- Wil je een marge van 20% op de verkoopprijs, dan heb je een opslag van 25% nodig: € 10.000 × 1,25 = € 12.500, en € 2.500 op € 12.500 is 20%.
Spreek met je boekhouder af welke van de twee jullie bedoelen. "Twintig procent" kan anders een verschil van duizenden euro's per jaar zijn.
Rekenvoorbeeld
Een badkamerverbouwing met deze directe kosten:
| Kostensoort | Bedrag |
|---|---|
| Arbeid (72 uur × € 48) | € 3.456 |
| Materiaal | € 4.900 |
| Materieel (tegelzaag, container) | € 350 |
| Onderaanneming (installateur) | € 1.800 |
| Directe kosten | € 10.506 |
Met 12% AK en 6% winst en risico:
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Algemene kosten | 12% van € 10.506 | € 1.261 |
| Subtotaal | € 11.767 | |
| Winst en risico | 6% van € 11.767 | € 706 |
| Aanneemsom excl. btw | € 12.473 | |
| Btw 21% | € 2.619 | |
| Aanneemsom incl. btw | € 15.092 |
Let op de volgorde: winst en risico reken je over het subtotaal inclusief AK, niet alleen over de directe kosten. Doe je het andersom, dan verdien je structureel minder dan je denkt. Als percentage van de aanneemsom is de winst-en-risico-opslag hier 5,7% (€ 706 van € 12.473), niet 6%: een opslag reken je over de kostprijs, niet over de verkoopprijs.
De 21% btw is hier als voorbeeld gebruikt. Voor schilderen, stukadoren, behangen en isoleren van woningen van twee jaar of ouder geldt onder voorwaarden het verlaagde tarief van 9% (bij isoleren alleen over de arbeid). Doe je beide soorten werk in één klus, dan splits je ze in offerte en factuur. De voorwaarden staan bij de Belastingdienst.
Een opslag per kostensoort
Eén percentage over alles is simpel, maar niet altijd eerlijk. Materiaal dat je zelf inkoopt, opslaat en vervoert, kost je meer werk dan een post die rechtstreeks op de bouwplaats wordt geleverd. Bij onderaanneming besteed je vaak minder eigen uren aan begeleiding, maar dat is niet altijd zo: de coördinatie, de controle en je aansprakelijkheid voor het werk van de onderaannemer kunnen juist zwaar wegen. Veel bedrijven werken daarom met opslagen per kostensoort, afgestemd op hoeveel werk en risico elke soort voor hen meebrengt. De som moet uiteindelijk wel je werkelijke algemene kosten dekken; controleer dat één keer per jaar met de cijfers van je boekhouder.
Vier fouten die je marge opeten
- Verouderde prijzen. Een prijslijst van vorig jaar met een nette opslag is nog steeds een verliesgevende calculatie. Werk prijzen bij voordat je rekent, niet erna.
- Verlies en snijafval vergeten. Plaatmateriaal, tegels en kabel koop je nooit precies op maat. Reken het verlies in de hoeveelheid, niet in de opslag. Hoeveel hangt sterk af van het materiaal, de maatvoering en de werkwijze; leg het per materiaal vast en stel het bij met je nacalculatie.
- Meerwerk zonder opslag. Meerwerk dat je "even" op regie doet zonder je normale opslagen, is werk tegen kostprijs. Zie Meerwerk vastleggen en factureren.
- Nooit nacalculeren. Je AK-percentage klopt alleen zolang je bedrijf hetzelfde blijft. Een extra bus, een nieuwe medewerker op kantoor of een duurder softwarepakket verandert het. Zie Nacalculatie in vijf stappen.
Veelgestelde vragen
Welk AK-percentage is normaal in de bouw?
Er is geen vaste norm. Als ruwe indicatie hoor je bij kleine en middelgrote aannemers en installateurs vaak 8 tot 15 procent van de directe kosten, maar de spreiding is groot, en het percentage hangt ook af van wat je wel en niet in je AK stopt. Een zzp'er zonder loods en zonder kantoorpersoneel zit lager; een bedrijf met een werkvoorbereider, een magazijn en zes bussen hoger. Reken het uit met je eigen cijfers; een gemiddelde zegt niets over jouw bedrijf.
Moet ik mijn opslagen op de offerte laten zien?
Nee. De klant ziet een prijs per post of een totaal; de opslagen zitten in de eenheidsprijzen. Bij een regieklus spreek je wel een uurtarief en een materiaalopslag af, en die staan dan uiteraard in de offerte.
Wat doe ik met een stelpost?
Een stelpost is een geschat bedrag voor iets dat nog niet vaststaat, bijvoorbeeld het sanitair dat de klant nog moet uitzoeken. Hoe je hem achteraf verrekent, hangt af van wat je in de overeenkomst afspreekt; gebruikelijk is afrekenen op de werkelijke kosten, met een opslag voor je inkoop en begeleiding. Zet die afspraak in de offerte. Staat er niets, dan is het de vraag of je die opslag mag rekenen.
Zo doe je het in Summeo
In de calculatie stel je een opslag per kostensoort in (materiaal, arbeid, materieel en onderaanneming) en daarboven AK, winst en risico, met een eigen opslag voor stelposten. De totalen laten de opbouw van kostprijs naar aanneemsom zien, en de controle in de calculatie waarschuwt onder meer bij regels zonder prijs. In de nacalculatie zie je per project of de werkelijke kosten binnen de begroting bleven, zodat je je percentages met echte cijfers kunt bijstellen.
